This article has still to be translated

Magie voor Beginners

Het boek voor de beginnende magiër

Voorwoord

Beste magiefanaat.
Laat ik me allereerst maar eens voorstellen.
Ik ben Kebeth Gralef. Op het moment van schrijven ben ik vijfentachtig zomers oud en ik moet zeggen dat de tijd zowel mijn lichaam als geest begint aan te tasten. Ik heb een gelukkig en respectabel leven geleid, tien jaar daarvan op Aarde, de ander driekwart eeuw hier op Amaroth en ik moet zeggen dat ik er van genoten heb. Maar ja, aan alle mooie verhalen komt een eind en zo ook aan het mijne. Toch zou ik nog één ding willen doen voor ik deze wereld verlaat en wel het volgende.
Je dient namelijk van mij te weten dat ik bij leven en welzijn een magiër was, het is te zeggen, ik ontdekte mijn krachten toen ik vijftien was en heb dus een goede zeventig jaar met de kracht van magie in mijn lijf gelopen. De laatste tien jaar nam deze kracht weliswaar gevoelig af, wellicht door een aftakeling van mijn ziel, maar ik weet nog steeds hoe ik magie moet bedrijven. Tijdens mijn leven als magiër heb ik actief onderzoek verricht naar de structuur en de eigenschappen van magie en ik dien zonder te hoeven opscheppen mee te delen dat ik toch wel het een en ander ontdekt heb.
Omdat ik er ook van bewust ben dat er op dit moment nog veel te weinig mogelijkheid is voor jonge magiërs om hun talent te leren ontwikkelen en gebruiken, zou ik graag mijn bevindingen neerpennen en zo doorgeven aan de komende generaties. Op die manier krijgen zij de kans om de magie te leren begrijpen zoals ik deed en kunnen ze hun krachten ten volle leren kennen. In het hieropvolgende boek zullen de principes en grondbeginselen van de magie stap voor stap worden uitgelegd. Hierbij word begonnen met een simpele blik op de zaken, die moeilijker zal worden naarmate het boek vordert. Tegen het einde van dit boek hoop ik het concept magie volledig en duidelijk te hebben uitgelegd. Ik hoop dat jullie iets hebben aan deze handleiding.
Geniet van het lezen,
Kebeth Gralef

Hoofdstuk I: Eerste Ontmoetingen met Magie

Als je ooit al eens iemand magie hebt zien bedrijven, weet je vast wel dat het er nogal fantastisch uitziet. Toen ik klein was vond ik het zelf ook. Ik denk dat ik elf was toen ik het fenomeen voor het eerst zag. We waren toen net naar Amaroth gebracht door Homin. Mijn moeder en vader waren mee aan het helpen aan de bouw van Luxur, onze nieuwe stad en ik lag op een nabije heuvel in het gras, samen met Daren de Groot, de enige andere jongen van mijn leeftijd en dus mijn enige vriend. Het was redelijk warm en we lagen net in te doezelen toen we een luide knal hoorden. We veerden recht en zagen even verder twee mannen tegenover elkaar staan. Ze hadden blijkbaar ruzie over het een of ander want ze slingerden vol furie de meest obscene vloekwoorden naar elkaars hoofd. De ene had een hoofd dat zo rood was als een tomaat, terwijl de andere juist wit wegtrok van woede. Na enkele minuten over en weer geschreeuw over een of andere vrouw, blijkbaar was de knalrode vent met de vrouw van de spierwitte naar bed geweest, hief de tomaat zijn hand op en vulde die met een vuurbal zo groot als een kinderhoofd. Ik kon voelen hoe de wind het opgaf en de omgeving plots merkwaardig stil werd. De zon werd dof en ik voelde hoe mijn hart vliegensvlug op en neer bonsde. Zweet rolde over mijn rug en ik rilde onwillekeurig. “Nu ga je je mond houden, of ik maak je af!” gilde de man, die duidelijk helemaal doorsloeg. De witte man lachte demonisch en antwoorde “Weet je wat: je mag mijn vrouw hebben! Vorige maand ben ik langsgegaan bij die van jouw en ik moet eerlijk zeggen dat ze een stuk beter is in bed.”

Ik wist niet of het echt zo was, of slechts diende om de ander kwaad te maken, maar dat laatste lukte in ieder geval. Het hoofd van de andere kerel werd zo mogelijk nog roder en leek elk moment uit elkaar te kunnen springen. Hij bracht zijn hand met de vuurbal naar voor en katapulteerde te bol naar zijn tegenstander. Deze stak op zijn beurt zijn magere hand uit en de vuurbal doofde nog voor hij ook maar halverwege was. Vervolgens stak hij zijn andere hand ook uit en sprak: “Weet je dat ik het heel irritant vind als mensen dat doen, Jan?”

De ander werd lijkbleek en probeerde nog weg te springen. Hij was te laat. Een felblauwe bliksemflits doorspleet de lucht en boorde zich in de borst van de man. Toen ik en Daren onze ogen weer openden was de dikke tomaat nergens meer te bekennen en veegde de ander magiër zijn haar glad.

Dat ik ongeloofelijk bang was geworden van Ralan, zo heette de moordenaar, staat natuurlijk buiten kijf. Alhoewel de man altijd vriendelijk was geweest meed ik hem nu als de pest en liep ik bang weg als hij mij aansprak. Hetzelfde gold voor Daren.

Naast die angst was er echter nog iets anders dat ik aan deze ontmoeting had overgehouden. Een onstilbare nieuwschierigheid naar magie. Ik bedoel, een vuur zien branden is één ding, de bliksem zien neerdalen uit de hemel nog een ander, maar hoe slaagden deze 'Magiërs' erin om deze heftige natuurelementen te beheersen? Het was een vraag die me de komende jaren regelmatig uit mijn slaap zou houden.

Het was pas toen ik vijftien werd dat ik een beetje begon te begrijpen wat magie nu eigelijk was. Ongeveer een week na mijn vijftiende verjaardag werd ik eens heel kwaad op Daren, hij had me namelijk geen cadeau gegeven en ik voelde me daardoor gekwetst. Ik was wel vergeten dat ik Daren ook geen cadeau gegeven had bij zijn verjaardag en dat hij dus volkomen gelijk had. Dit drong echter niet door to mijn kleinhartig kinderzieltje en zo kwam het dus dat ik en Daren vechtend over de grond rolden. Daren was echter veel sterker en al gauw lag hij op me, proberend mijn furie te onderdrukken. Op een of andere ongelooflijke manier kwam ik toch weer bovenop hem te liggen, en ik wou hem net een mep op zijn mond geven toen ik stilviel. Daren keek angstig naar mijn opgeheven vuist en ik rook dat hij zijn blaas niet meer toe kon houden van angst. Daren was nooit bang, zelf niet van een klap van zijn beste vriend en ik snapte dus dat er iets serieus mis was. Ik volgde zijn blik en keek naar mijn eigen vuist. Ik werd er zowaar zelf bang van. Mijn vuist was omsloten door een fel brandende vuurbal en de vlammen likten hongerig aan mijn witte knokkels, alhoewel ik er helemaal niets van voelde. Ik sprong achteruit en probeerde de vlammen verwoeds te doven, wat me slechts na enkele ogenblikken lukte. Toen de vlam uit was bleef ik geschokt in het gras zitten. Daren echter kwam opgewonden naar me toe gelopen en keek me opgewonden aan. “Kebeth! Je bent een magiër, weet je hoe fantastisch dit is!” Blijkbaar was hij al vergeten dat ik zonet met een vlammende vuist op zijn hoofd had willen slaan. Ik knikte maar en staarde voor me uit.

Vanaf dat moment was ik dus een magiër en moest ik leren omgaan met mijn vermogens.
Ik moet zeggen dat dat aanvankelijk redelijk intuïtief ging. Ik wist helemaal niets over magie, laat staan over mana, zielencellen, webben en andere magische termen. Ik deed zo maar wat, gebruikte mijn gevoel om magie te bedrijven en ik geef grif toe: het ging best goed. Ik leerde dat woede en bepaalde handelingen en gedachten bevorderend waren voor de ene spreuk, terwijl innerlijke rust en een andere combinatie van gedachten en handelingen goed samengingen met andere spreuken. Ik ging als het ware af op mijn gevoel en leerde door alsmaar weer opnieuw te proberen. Ik onthield welke gemoedstoestanden in welke situatie het best waren en verbeterde op die manier de kracht en de variëteit van mijn spreuken.

Ik kan alvast de goede raad geven aan jonge magiërs om eerst op die manier te experimenteren met magie. Het geeft je namelijk een goed gevoel en confronteert de magiër met zichzelf. Magie op deze intuitieve manier gebruiken vereist immers een goede controle over je emoties en zorgt zo voor een gebalanceerde identiteit. Alhoewel niet iedereen het met me eens is, ben ik van mening dat het op zulke manier omgaan met magie een aparte tak van de magiekunst is. Er is immers geen enkele wetenschap of kennis die je voeling met jezelf en de omgeving verstoord. Ik noem het vaak “intuitieve magie”, een aparte magietak met eigen sterktes en zwaktes. Over deze magievorm heb ik het nog uitgebreid in hoofdstuk twee.

Het was pas later, toen ik de twintig al gepasseerd was dat ik nieuwschierig werd naar de mechanismen die achter deze magie schuil gingen. Voordien had ik dan wel magie kunnen gebruiken, het was zelfs een facet van mijn dagelijks leven geworden, maar het was zelfs voor mij als gebruiker een waar raadsel hoe ik het juist deed. Ik kon genieten van een grote vuurbal in mijn handen. Ik vond het verrukkelijk om voorwerpen naar me toe te laten vliegen. Het was iets fantastisch en ik deed het zomaar even. Ik ben echter altijd al nieuwsgierig geweest en het was dan ook die nieuwsgierigheid die me uiteindelijk dwong dieper te kijken. Een heel nieuwe wereld ging voor me open. Een wereld waar alle fantastische verschijnselen een logische verklaring leken te hebben, waar alles zo verdomd juist aan voelde, waar plek was om creatief om te gaan met magie.
Het is deze wereld die ik in de volgende hoofdstukken uit de doeken zal proberen doen.

Hoofdstuk II: Intuitieve Magie

Intuitieve magie word vaak gedefiniëerd als 'het uitoefenen van magie met behulp van menselijke emoties en instincten' en dit is ook waar het hoofdzakelijk op neer komt. Een magiër die intuitieve magie bedrijft, probeert zijn magische vermogens te activeren door bepaalde emoties te gebruiken en bepaalde handelingen uit te voeren. Op die manier kan de magiër een bepaald magisch effect tot stand brengen en dus magie bedrijven. De magiër hoeft hiervoor geen enkele kennis te hebben van de magische mechanismes die ervoor zorgen dat de spreuk werkt.

Het is namelijk zo dat een intuitief magiër zijn gevoel en ervaring gebruikt om zijn magie stap voor stap te verbeteren. Vaak blijft zijn magisch vermogen tijdens de jeugd verborgen en weet de magiër zelf niet dat hij speciale krachten bezit. Het is pas als de magiër in spé per ongeluk zijn krachten ontketent, meestal in een gevaarlijke of spannende situatie, dat hij zijn krachten leert kennen. Hij heeft nu van zijn magie geproeft, weet hoe het voelt en welke emoties zijn krachten opwekken. Nu kan hij zelf beginnen experimenteren. Hij weet immers wat hij voelde toen hij voor het eerst magie opwekte en kan deze gevoelens proberen nabootsen om de spreuk opnieuw op te roepen.

Eens dit gelukt is kan hij beginnen experimenteren. Door nieuwe emoties en handelingen uit te voeren kan hij proberen zijn spreuk aan te passen, te vergroten of intenser te maken. Een intuitief magiër leert dus uit zijn fouten en verbeterd op die manier zijn magische vermogens.

De emoties van de magiër fungeren in feite als een soort tussenbesturing en stellen hem in staat magie te gebruiken zonder die te begrijpen.
Begrijp dit nu niet verkeerd! Een intuitief magiër begrijpt ook waar hij mee bezig is, zij het op een heel andere manier. Hij heeft geen kennis van de onderliggende magische principes, maar vangt dit op door zijn emoties te gebruiken om magie te besturen. Als dit goed gebeurd kan er met een degelijke kennis van de eigen emoties ook magie bedreven worden.

Vergelijk het even met een ruiter op een paard. Als de ruiter aan het bit trekt, geeft hij een pijnprikkel aan het paard, waardoor het paard van baan veranderd. De ruiter hoeft echter niet te weten dat hij het paard een pijnprikkel bezorgd om het dier te besturen. Hij moet enkel onthouden dat het paard zal afslaan als er aan het bit getrokken word. Als we het paard nu gelijkstellen aan de magie en de ruiter aan de magiër, dan is het bit equivalent voor de emoties van de magiër. In tegenstelling tot een gewone magiër gebruikt een intuitief magiër zijn emoties om de magie te bevelen. Hij neemt dus een omweg om hetzelfde te bereiken op een makkelijkere manier.

Natuurlijk heeft intuitieve magie, naast het grote voordeel dat er geen elementaire kennis voor nodig is, ook enkele grote nadelen. Zo moet de magiër, naast een voldoende magisch vermogen, ook een goede zelfkennis en een stevige grip op zijn emoties hebben. Bovendien kan het gebruiken van intuitieve magie gevaarlijk zijn, omdat de magiër zelf niet ten volle begrijpt met welke krachten hij juist bezig is. Hierdoor kan de magiër geneigd zijn magie te gebruiken die hij zelf niet de baas is, wat kan leiden tot zware lichamelijke en mentale schade.

Daarnaast, en dit is het grootste nadeel, kan een intuitief magiër bij regel enkel gebruik maken van de vier fysieke elementen: aarde, water, lucht en vuur. Slechts bij zeer hoge uitzondering hebben ze toegang tot de 4 abstracte elementen: licht, duisternis, chaos en orde.

Hoofdstuk III: Het bedrijven van Intuitieve magie: de basis

Natuurlijk hangen er aan het bedrijven van intuitieve magie ook regels vast.
Zo moeten er bijvoorbeeld bepaalde gebaren, rituelen of woorden gebruikt worden om een specifieke spreuk uit te spreken. Deze acties hebben vaak een rechtstreekse verbinding met de emoties van de magiër en dienen om deze emoties naar boven te brengen.
Men roept als het ware het deel van je ziel aan dat in staat is de gewenste magie op te wekken. De magiër in kwestie moet er ook voor zorgen dat hij zijn emoties volledig onder controle heeft. Een plotselinge verandering van gemoedstoestand kan immers desastreuze gevolgen hebben. Hieronder staan de stappen beschreven die voor een optimaal magisch effect zorgen.

1. Vooraleer de magiër aan het weven van zijn spreuk begint, dient hij zijn emoties volledig teniet te doen. Hij dient elk gevoel uit te bannen om zo in een staat van complete neutraliteit te belanden. Je moet begrijpen dat Intuitieve magiërs het bedrijven van magie vaak vergelijken met een het schilderen van een schilderij. De emoties van de magiër fungeren als verf, zijn ziel als het doek waarop geschilderd word. Daarom is het noodzakelijk dat de geest eerst vrijgemaakt moet worden, dat de magiër met een blanco blad begint.

Om deze toestand van neutraliteit te bereiken dient de magiër alle gevoelens, zijnde woede, rust, angst en geluk, uit zijn geest te verwijderen. Let wel: Deze toestand van neutraliteit is geen toestand van rust! Het gevoel van rust mag immers ook niet aanwezig zijn. Het is eerder een toestand van complete leegte, complete gevoelloosheid. De magiër is op dat moment volledig vrij van gevoelens en dus compleet rationeel.

2. Nu de magiër een compleet emotieloze geest bezit, is het tijd om de grondtoon voor zijn spreuk aan te brengen. Hij roept een van de vier basisemoties op en vervult zijn geest ermee. Om dit even te vergelijken met het voorbeeld van de schilder: de schilder heeft vier verschillende potten verf staan en een leeg doek om op te werken. Eerst brengt hij een basislaag aan. Hij neemt een van de vier potten verf en schildert het hele doek in die kleur. Deze kleur zet de toon voor het hele werk, bepaald de basis als het ware. Welke emotie nu juist voor welk effect zorgt, is af te leiden uit het manadiagram.

Woede staat voor Vuur. Angst staat voor Water. Geluk staat voor Lucht. Rust staat voor Aarde.

Merk ook op dat intuitieve magiërs zelden gebruik maken van de vier elementen orde, chaos, licht en duisternis, om de simpele reden dat voor deze soorten magie geen standaard emoties bestaan. Het gebruiken van deze elementen in de intuitieve magie is wel mogelijk, maar ongelooflijk moeilijk. Het beheersen van deze elementen door middel van emoties vereist een zeer hoog niveau van kunde.

3. Nu de intuitieve magiër een basisemotie heeft opgeroepen, is het tijd om de spreuk vorm te geven. Dit gebeurt door fracties van andere emoties aan te brengen op het 'emotionele doek'. Op die manier krijgt de spreuk vorm. Het aanbrengen van die fracties van emoties gebeurd wederom door bepaalde handelingen uit te voeren. Op deze manier kan ook een luchtspreuk, die van aard rustig en vredig is, verwoestend en furieus gemaakt worden. Het kan zelfs zijn dat er tegen het einde van het weefproces geen spoortje meer over is van de oorspronkelijke emotie. Dit zal echter de aard van de spreuk niet veranderen.

4. Als het intuitief weefproces afgerond is, kan de spreuk tot uitvoer gebracht worden. Dit gebeurt evenals bij gewone magie, vaak met de handen. Het effect van een intuitieve spreuk is vaak identiek aan diens tegenhanger in de gewone magie, maar is vaak te herkennen aan de artistieke schoonheid van de spreuk en misschien een miniem gebrek aan effectiviteit. Zo zal een vuurbal van een intuitief magiër er vaak furieuzer, machtiger, mooier en beter uitzien als die van een gewone magiër met ongeveer dezelfde krachten, maar dit wordt gecompenseerd door de strakke effectiviteit van de gewone vuurbal. Dit is grotendeels te wijten aan het feit dat een intuitief magiër gebruik maakt van zijn emoties en ze dus ook de vrije loop laat. Dit zorgt vaak voor uitingen van kunstzinnigheid.

Om dit alles nog wat te verduidelijken zal ik een voorbeeldje geven.
Een intuitief magiër komt op een mooie zomeravond oog in oog te staan met een bende rovers. Hij weet wat hem te wachten staat als hij niets doet, dus besluit hij ze te bestrijden met magie. Omdat de magiër altijd al goed is geweest met watermagie, besluit hij een vernietigende watergolf te creëren. Hij maakt zijn geest volledig leeg, vergeet tijdelijk dat zijn vijanden er zijn en trekt zich terug in zichzelf. Als hij de toestand van neutraliteit bereikt heeft, laat hij de angst binnen in zijn ziel en vervult zichzelf ermee. De basis voor zijn waterspreuk is gelegd. Mocht hij de spreuk nu loslaten, zou er echter niet veel gebeuren, er zou misschien wat water over zijn vijand kabbelen, of ze zouden gewoon een rustig deinend plasje rond hun voeten krijgen. Om zijn spreuk wat pit te geven laat hij enkele fikse gusten woede binnen en voegt hij een hoop rust toe. Zijn waterbal zal nu furieus over zijn vijanden storten en zal voorzien zijn van demonische golfpatronen. Hij laat nog wat geluk binnen om de nodige wind rond de bal te creëren en laat de spreuk dan los. De waterbol schiet uit zijn handen en zeilt door de lucht. Golven in absurde duivelsvormen klotsen over elkaar heen. De wind blaast hard door het woelige wateroppervlak. De bol komt aan en golft over de troep rovers heen, hen meesleurend in een woeste stroom van water, modder en bijtende wind. Na de golf kijken de rovers de magiër angstig aan. Deze glimlacht en vervolgt zijn weg. De rovers zetten het op een lopen.

Terug naar de Bibliotheek...